Mindful met je smartphone, of toch niet?

Door Carla Vriend

Woensdagavond 4 juli krijg ik voor het Tuinhuis van de Tolhuistuin in Amsterdam-Noord na registratie van mijn komst een lege envelop overhandigd. Die blijkt bedoeld om mijn smartphone in op te bergen, nádat ik deze uit heb gezet. Oef. Niet snel nog even WhatsApp, Twitter en mail checken voordat de bijeenkomst begint. ‘Mindful met je smartphone?’ is het thema van de derde ZIN! van Zinnig Noord op deze prachtige locatie. ‘Is online mindfulness mogelijk? Zo ja, hoe dan?!’

De sfeer is ontspannen als de bijeenkomst begint met een gesproken ‘Weet je nog?’-duet van Jonatan Bartling en Arjette Kuipers, initiatiefnemers van Zinnig Noord. ‘Weet je nog dat we vroeger één vaste telefoon hadden in de huiskamer? Weet je nog dat als je privé wilde bellen, je naar een telefooncel ging? Dat je – ongevraagd – collect calls kon doen voor 3 gulden 50 op kosten van de ontvanger? Dat je nat regende omdat weerman Erwin Kroll zich had vergist? Dat je naar de bieb ging om informatie op te zoeken? Dat je voor internet van 5 Kb per seconde eerst moest inbellen?’

De piepjonge bezoekers onder de circa 35 aanwezigen zullen zich bij de meeste ‘Weet je nog’s?’ mogelijk niets voor kunnen stellen. Als 50-plusser herinner ik het mij maar al te goed. Zo heb ik er jarenlang kilo’s kwartjes doorgejaagd omdat mijn ouders een thuistelefoon overdreven vonden.

Even Facebook checken

Arjette pakt haar gitaar en zingt een lied over haar relatie met haar smartphone. Van alles komt langs op het scherm. Refrein: ‘Even Facebook checken, even Facebook checken, wat heb ik toch veel vrienden, hier word ik echt gezien, even Facebook checken, even Facebook checken, weer een like, ik hoor erbij.’ Halverwege vraagt ze zich af: ‘Wat was ik ook weer aan het doen, ik was naar iets op zoek, ik wilde naar een klooster gaan om mijzelf weer te verstaan.’

Jonatan neemt de microfoon van haar over en memoreert een typische scène van mensen in de trein die allemaal over hun smartphone gebogen zitten. De ‘fear of missing out’ maakt dat met name jongeren hun telefoon overal en altijd nauwlettend in de gaten houden. Met het risico op burn-out en depressie. Hij citeert uit een Brits onderzoek (uit 2015) waaruit blijkt dat milennials gemiddeld zo’n 85 keer per dag hun smartphone checken. Drie kwart gaat slapen met de smartphone naast het bed, 82% checkt de smartphone binnen een uur na het opstaan, 43% kan niet naar het toilet zonder smartphone en, één op de drie pakt zijn of haar smartphone direct na de seks.

Relatie met je smartphone

Jonatan is geen fervente smartphone-gebruiker, zit ver onder die 85 keer per dag. ‘Ik ben er zelfs een beetje bang voor.’ Hij nodigt ons uit om in tweetallen in gesprek te gaan over de relatie die je hebt met je smartphone. ‘Waarvoor gebruik je ’m het meest, wat zijn je relatieproblemen?’ Als hij na ruim vijf minuten het gezellige geroezemoes stil heeft gekregen, introduceert hij Niels Hexspoor, de ‘huisfilosoof van Zinnig Noord’. Niels blijkt vergeleken met Jonatan een grootgebruiker, iemand die altijd heel snel reageert op WhatsApp-berichtjes.

Het is een soort haat-liefdeverhouding. Bijvoorbeeld die keer dat hij een stuk moest schrijven, de deadline naderde, hij nog niets op papier had, zijn telefoon weglegde in een kast in een andere kamer en die vervolgens al snel weer ophaalde, want het voelde zo raar. Filosoof Heidegger komt langs en diens visie op mens en techniek, alsook de scenario’s van de science fiction-films Westworld, Transcendence, The Matrix en Her. Niels: ‘Hoe digitaler we worden, hoe minder fysiek we zijn. We treden uit ons lichaam, we leven in een tussenwereld, in een virtuele werkelijkheid.’

Groen, groen, groen

Dat het allang geen sciencefiction meer is, blijkt uit de situatie in bepaalde provincies in China. ‘Daar word je beloond of gestraft volgens een ‘social credit’-systeem, een van de technologische varianten in de Netflix-serie Black Mirror. Heb je te weinig sociale punten verdiend, dan kun je bijvoorbeeld niet vliegen of een huis kopen.’ Volgens Heidegger moeten we de confrontatie aangaan met de techniek, zegt Niels. ‘Niet door je smartphone in het IJ te gooien, maar door los te laten, vertrouwen te hebben. Bijvoorbeeld door in het park je paper af te typen, terwijl naast je je smartphone zachtjes knispert: groen, groen, groen.’

Tijd voor rust in het programma, moeten Jonatan en Arjette gedacht hebben, want harpiste Laura Lotti krijgt de ruimte om drie eigen composities te spelen. De organisatoren, gasten en bezoekers zijn doodstil tijdens haar virtuoze improvisatie-variaties.

Daarna krijgt de in een zwarte habijt geklede benedictijnse monnik én professor dr. Thomas Quartier iedereen al snel aan het lachen. ‘De grootste zegen van mijn smartphone is dat ik veel betrokkener ben met de werkelijkheid dan ik was. Door het geluid uit te zetten, heb ik geen relatieproblemen.’ Op mondharmonica speelt-zingt hij ‘Blowing in The Wind’ van Bob Dylan en concludeert na afloop dat we tegenwoordig vooral naar beneden kijken in tegenstelling tot de strofe uit dit lied: ‘How many times must a man look up.’

Luiheid is de vijand van de ziel

Vervolgens mixt hij op onorthodoxe wijze bijbelteksten van Ezechiël en kloosterregels van Sint-Benedictus met beschouwingen over het gebruik van sociale media. ‘Luiheid is de vijand van de ziel, aldus Benedictus. Daarom moeten de broeders op vaste tijden handarbeid verrichten en op andere tijden heilige geschriften lezen. Het zit ’m niet in het medium’, ervaart Thomas, ‘maar in je houding ten opzichte van dat medium. Hoe selecteren wij onze prikkels? Dat is niet nieuw, het is hoogstens sneller.’

Hij kent geen klooster zonder internet. ‘Wel gaat dat bij sommige kloosters om 21.00 uur uit, om te voorkomen dat bewoners en gasten in de verleiding komen om elke avond en nacht door te gaan. In het klooster doe je niets anders dan op het neurotische af je dag indelen. Omdat je zes diensten per dag hebt, waarvoor je je na de bel in allerijl naar de gebedsruimte moet spoeden, leer je wel loslaten. Sterker nog: als je terugkomt, weet je echt niet meer waar je mee bezig was of wat voor geniale inval je had vlak voordat de bel ging.’

Facebook is voor Thomas een manier om zijn gevoelens en ideeën te uiten. ‘Bepaalde tijden ben ik fanatiek aan het posten en zenden. Andere keren heel bewust niet. Gelukkig heb ik de kloosterklok.

Mindful reageren op Facebook

Laura Lotti speelt nog twee harp-stukken van haar cd ‘Harpando’, waarna Jonatan iedereen uitnodigt om zijn of haar smartphone uit de envelop te halen. ‘Kijk naar een willekeurige Facebook-post, haal diep adem, voel je stoel. Wat vind je hiervan, wat is je relatie met diegene, hoe zou je willen reageren?’ Even geen ultrasnelle like dus, maar een digitale reactie die je mindful zou kunnen noemen. Helaas is er geen tijd meer voor het plenair stellen van vragen en uitwisselen van ieders bevindingen. Wel kan dat informeel na afloop, buiten in de tuin of binnen bij de bar.

De volgende ZIN! – zeswekelijkse ontdekkingsreis naar moderne levensvragen – is op woensdagavond 29 augustus, met als thema ‘De kunst van beminnen’. Wederom in de Tolhuistuin voor €10 per persoon. Jonatan: ‘Met een beroemde seks-professor, een briljante kunstenaar en een tantra-oefening.’

Het verhaal van de graankorrel

Dit verhaal schreef Jonatan Bartling voor het project Tafel van Hoop in Den Haag. We gebruikten het bij Zinnig Noord voor de stiltewandeling over nieuw leven, afgelopen Paaszondag. Het is een interpretatie op het paasverhaal.

De graankorrel
Jonatan Bartling

Het leven begint in de lente. De warmer wordende zon lonkt met haar stralen en verwarmt de bodem. En als het moment daar is, schiet een groen kiempje uit de aarde –zo simpel, lijkt het. De kiem groeit uit, vol levenslust, bladeren vangen zon en zijn wortels water. Langzaam wordt het sprietje een stevige stengel, bloeit uit, bevrucht zichzelf en het kleinste bosje bloemen ontpopt zich dan tot een trotse tros korrels in een wuivende zee van goudgeel graan.

Een graankorrel springt eruit. Dat zou je niet zomaar zien als je langsfiets, of zelfs door het veld loopt. Maar ja, er zijn zoveel dingen die je niet ziet als je niet oplet. Deze graankorrel glimt net iets meer dan zijn soortgenoten. Het is de bovenste korrel van een prachtige korenaar. In de ochtendzon lijkt zijn jasje van zuiver goud, in het felle middaglicht schittert hij als zilver en onder de warme stralen van de namiddag glanst hij als koper.

Maar als de zon zakt slaat er altijd een lichte paniek toe. Wat als het licht niet meer terugkomt? De stengel voelt dan net wat minder stevig onder hem. Wordt ik nog wel gedragen? In het bleke maanlicht ziet zijn jasje, zijn trots, er maar ongezond uit. En als het donkerder en kouder wordt, hoopt hij zo hard als hij kan dat de zon weer terugkomt. Alsjeblieft! En als die zich de volgende ochtend gewoon weer laat zien, al is het maar door de wolken, dan is er dat enorme gevoel van opluchting en dankbaarheid. En tegen het middaguur is hij al weer zijn oude zorgeloze zelf. Hoe had hij zo bang kunnen zijn? Waarom valt vertrouwen hem soms zo zwaar?

Maar koren leeft makkelijk in het moment. En meestal is het leven in het veld eenvoudig en goed. De lente was het begin van de korrel en de zomer is zíjn seizoen. De winter kon hij zich niet herinneren en van een herfst weet hij niet af. Tijd is er niet, behalve in het opkomen en ondergaan van de zon. De korrel heeft niet door dat dat de dagen steeds iets korter werden, hoe kon hij dat weten?

En dan, op een zekere dag, voelt er iets anders. Hij voelt onrust, hij voelt … de grond door de stengel heen trillen. Hij trilt zelf, zachtjes. Vogels stuiven weg, insecten graven zich naar beneden. Mensen. Ze banen ze zich een weg door het veld en baan na baan valt het graan onder grote zeisen. Pech of geluk, toeval of voorbestemd, de graankorrel is zo rijp dat als een van de mannen langs hem schuurt, hij als vanzelf uit zijn aar valt en door een voet de aarde in wordt gestampt.

Weet je, graankorrels denken niet al teveel na over het leven. Over waar ze vandaag komen, of waar ze naar toe zouden gaan, of wat hun doel in het leven is, dat er überhaupt zoiets zou kunnen zijn. Eigenlijk… zijn ze gewoon. Tot dit moment. Het moment dat hij valt. Niet meer gedragen. En het flitst door hem heen dat hij iets misloopt. En in de donkere grond wordt hij overweldigd door een diep gevoel van verlies. Heeft hij verloren? Viel er te winnen? Of ís hij verloren? Zijn korte leven voelt nu zo zinloos aan. Wat heeft hij nu aan dat gouden jasje, wat heeft hij er ooit aan gehad?

Onder de grond bestaat er nóg minder tijd dan daarboven, want de zon schijnt er niet. Paniek. De grond wordt nog wel warm en koud, maar steeds minder warm een steeds meer koud. Zijn jasje raakt doorweekt en wordt steeds bleker en begint te scheuren. Vocht trekt dieper en dieper naar binnen. Een verloren bestaan. Hij kan zich er niet mee verzoenen. Hij zal vasthouden tot het bittere eind, die harde, taaie korrel. Maar niemand is taaier dan de tijd. En zo komt het moment dat de graankorrel zich overgeeft aan zijn lot. Hij laat zich gaan. Hij sterft. Nu staat de tijd echt stil. Alles staat stil…

Wat de korrel niet weet, is dat er binnenin hem, toen het tarwebloempje bevrucht raakte en hijzelf begon te groeien, een kiem in hem meegroeide. En een voorraadje voedsel, voor het begin van een nieuwe reis. En dat die reis pas kan beginnen als de harde schil zacht wordt en afbreekt. Dan kan het leven binnenin pas doorbreken. En zo begint op een zekere dag, als de tijd rijp is, een nieuw avontuur: hij wordt geboren. Niet omdat hij dat zo hard wil, of omdat hij zo taai en sterk en vastberaden is, maar simpelweg … omdat dat in zijn aard besloten ligt. De aarde draagt en voedt en dus slaat hij zijn wortels uit naar beneden. De regen lest zijn dorst en dus zuigen de wortels het omhoog. De zon doet hem groeien en dus reikt hij zich naar hem uit. Je zou haast kunnen zeggen dat er voor hen gezorgd wordt.

De graankorrel groeit uit tot iets nieuws. Hij is groter nu. Niet alleen meer een korrel, maar ook wortels en stengel en bladeren en bloemen en dan ook een volle korenaar. Hij draagt en wordt gedragen, hij voedt zich en wordt gevoed, hij ontvangt zonlicht en stuurt het door naar waar nodig is.

En weer staat hij in dat veld, en toch lijkt de wereld nieuw. Nooit voelde hij zo levendig hoe de wind hem heen en weer wuift, hoe de wolken voorbij trekken, druppels laten vallen. Hoe insecten krioelen, of brommend voorbij vliegen. Hoe de warme lucht trilt. Hoe alles beweegt, en hoe hij meebeweegt.

Als de maaiers het veld weer betreden is hij niet bang. Hij kan een open einde omarmen. Als zijn halm en aar worden weggerukt door het blad van het mes, blijven zijn wortels en de onderkant van de stengel staan. Hij is nu in de grond én in de lucht, en dan ook in een zak, op een kar, over een hobbelweg. En als de zak wordt leeggestort ligt hij op een dorsvloer waar mannen met stokken het kaf van het koren scheiden. Al die kale korrels belanden tussen zware stenen, worden vermaalt, en vermengd. Nu is hij deel van het meel. Dan komen water en stevige handen die knijpen en kneden en rollen en stompen. Nu is hij deeg. De oven wacht, maar hij weet dat de vlammen hem niet kunnen deren, alleen transformeren. Nu is hij brood. Een nieuwe reis begint.

A place beyond belief


A place beyond belief femke egas

Foto: Femke Egas

Je vaart er misschien elke dag langs. Voor de NDSM licht een bijzonder kunstwerk op: ‘A Place Beyond Belief’.                             

Het kunstwerk, dat ook in het net onafhankelijke Kosovo heeft gestaan, gaat over vrijheid en geloof in menselijkheid. Het raakt aan de spanning die religie kan veroorzaken in de samenleving, bijvoorbeeld na 9/11. Bovenal roept het vragen op: waar geloof jij in? En hoe beinvloedt dat jouw leven en ons samenleven? En wat zijn gemeenplaatsen, waar de grenzen vervagen tussen jou en mij, jouw geloof en mijn geloof? Misschien denk je volgende keer dat je langs vaart: 'Wat is voor mij nu zo een plaats?'